Functionele Training – Bewegingspatronen in actie

Bewegingspatronen in actie

Je weet uit het vorige blog waarom deze 7 bewegingspatronen zo belangrijk zijn voor ons als mens. De vraag is nu alleen nog, hoe ziet dat er dan uit in beweging. Tijd om dat eens te gaan bekijken.

De Squat (Hurken)

Voor elk bewegingspatroon zijn er verschillende oefeningen waarmee je het patroon kunt trainen. De oefeningen die ik je hier ga laten zien zijn de standaard oefeningen die iedereen zou moeten kunnen om functioneel te zijn. Alle oefeningen kunnen makkelijker en moeilijker worden gemaakt. Maar voor nu kijken we naar de basis.

Push (Duwen)

Duwen is een beweging die we vaak gebruiken. Deuren openen, voorwerpen van je af duwen en jezelf opdrukken vanuit een liggende op zittende positie. Er zijn twee verschillende manieren van duwen en ook van trekken. Bij de eerste beweging duw je, en vervolgens beweegt het object. Dit zie je bijvoorbeeld bij een deur die je opent. Bij de tweede beweging duw je, en vervolgens beweeg jij en blijft het object staan. Dit gebeurd als je je opdrukt uit bed. Het bed verplaatst niet, maar jij wel.

Pull (Trekken)

Deuren openen en sluiten, iemand een knuffel geven of een voorwerp naar je toe halen. Net als bij duwen zijn er twee varianten en is dit een veelgebruikt patroon in het dagelijkse leven. Bij de eerste beweging trek je, en vervolgens beweegt het object. Dit zie je bijvoorbeeld als je een deur sluit. Bij de tweede beweging trek je, en vervolgens beweeg jij en blijft het object staan. Dit zie je bij voetbal als iemand gevallen is en wordt geholpen met opstaan.

Lunge (Uitvalspas)

De lunge is een beweging die nodig was om door lastig terrein te kunnen bewegen. Deze beweging is zeer variabel omdat een lunge kan worden uitgevoerd in verschillende richtingen. De meest voorkomende richtingen zijn voorwaarts, zijwaarts en achterwaarts. Je bent niet gelimiteerd tot deze richtingen, omdat de lunge uitgevoerd kan worden in een cirkel rondom jouw startpositie.

De Bend (Bukken)

De bend is een patroon wat dagelijks veel gebruikt wordt. Veel mensen raken juist tijdens het bukken of tillen van iets geblesseerd. Het is dus enorm belangrijk dat je deze beweging onder controle hebt. Je moet niet alleen de beweging goed uit kunnen voeren, maar ook sterk genoeg zijn om het object te tillen en een sterke core hebben om het gewicht en jezelf te stabiliseren. Het is een beweging die vaak in de sportschool wordt vermeden omdat deze “gevaarlijk” is. Het is niet de oefening die gevaarlijk is, het is de onjuiste uitvoering ervan. Vermijd dit bewegingspatroon dus niet en zorg ervoor dat je hem goed uitvoert.

Twist (Draaien)

Net als de bend wordt de twist vaak vergeten in een trainingsschema. De twist komt wel in het dagelijks leven constant voor. Hoe vaak schiet het wel niet in iemand zijn nek? Dit kan komen door een onderontwikkelde twist. Bijna alle bewegingen in de sportschool zijn voorwaarts, soms zijwaarts, maar bijna nooit met een twist. Gebruik bijvoorbeeld de oefening in onderstaand filmpje om jouw twist patroon te trainen.

Gait (Manieren van lopen – Lopen, Hardlopen, Sprinten)

De gait bestaat uit 3 verschillende onderdelen. Alle 3 zijn ze anders en hebben ze een ander doel. Lopen is voor kleine afstanden, hardlopen wordt gebruikt voor grotere afstanden en sprinten om zeer snel korte afstanden af te leggen.

Je hebt nu voor elk bewegingspatroon een oefening die je zou kunnen gebruiken in jouw trainingsschema. Het kan zijn dat een oefening toch te uitdagend is of misschien wel te makkelijk. Als je meer hulp nodig hebt met het correct uitvoeren van deze oefeningen om blessures te voorkomen of te verhelpen raad ik je aan om een keer langs te komen in mijn praktijk. Dan kijk ik samen met jou wat ik voor je kan betekenen.

Heb jij nog een idee voor een leuk filmpje van een oefening of heb jij een vraag die je beantwoord wilt hebben over gezondheid? Stuur je vraag of suggestie door en ik ga ermee aan de slag!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *